Dans, muziek en beweging kunnen een ongelooflijke impuls geven aan de ontwikkeling van kinderen.

VIJF VRAGEN AAN I De vraag-maar-raak rubriek om mijn Taal- en Rekendans collega’s in de spotlight te zetten. Vandaag spreek ik met Sandra Albers. Nog steeds is ze blij dat ze jaren geleden de opleiding gedaan heeft, want het heeft haar werk als dansdocent enorm verrijkt. Daarbij is haar beweegstudio volwassen geworden en heeft ze naast haar team van vijftien beweegprofessionals ook een extra Taal- en Rekendans docent op laten leiden om samen alle aanvragen vanuit de voorscholen en basisscholen te kunnen vervullen. Hoe ze heeft doorgezet om deze nieuwe methodiek onder haar dansknieën te krijgen lees je in dit artikel.

1 Wie ben jij in 5 woorden?

Creatief, enthousiast, een beetje gek, sportief en een mega duizendpoot. (I know, iets meer dan vijf)

2 Wat maakte dat je de Taal- en Rekendans opleiding wilde gaan volgen?

Eigenlijk was het een spontaan idee. Ik zag de opleiding al meerdere keren voorbij komen. Iets in mij werd enthousiast en ik dacht: Dit is wat ik moet doen! Het dansles geven aan jonge kinderen in mijn dansschool ging al gewoon goed en ik was op zoek naar een nieuwe impuls. Wat ik ook prettig vond is dat ik hiermee overdag tijdens onderwijstijd kon gaan werken. En dans, muziek en beweging kunnen een ongelooflijke impuls geven aan de ontwikkeling van kinderen. Het maakt het leren zo veel makkelijker voor ze doordat je met concrete materialen en beweging werkt. En ze mogen ook nog praten, zingen en rappen, super! Dat sprak me erg aan.

3 Hoe zijn de eerste lessen verlopen?

Oh die eerste lessen vond ik heel spannend! Ongeveer 6 jaar geleden was de opleiding afgerond en ging ik aan de slag. En ik heb wel lang nodig gehad om hieraan te wennen. Ik had nog veel tijd nodig om me goed voor te bereiden en eerlijk gezegd sliep ik ook best slecht de dag voordat ik Taal- en Rekendans ging geven. Maar tijdens de les zag ik gelukkig hele enthousiaste koppies bij de kinderen en genoten we allemaal van het plezier en dat maakt het fantastisch om te doen en om dit elke dag weer te mogen ervaren. Gelukkig heb ik doorgezet, want het ging me al snel steeds makkelijker af.

Mocht je interesse hebben in deze opleiding, dan kan ik het je zeker aanbevelen. Dansdocenten zijn ook welkom bij mij om te komen ervaren hoe het is om deze lessen te mogen geven. In de praktijk, zodat je meteen ziet hoe leuk het is en hoe de methode in elkaar steekt.

4 Wat is jouw meest bijzondere ervaring in de les?

Die zijn niet meer te tellen hoor! Wat ik het allerleukst vind is dat als kinderen je zien en je herkennen, dan weten ze wat we gaan doen en is hun enthousiasme niet meer te houden! En juist voor de kinderen die timide zijn en nieuwe dingen spannend vinden, dat zij door de muziek en de oefeningen die je doet, dat ze snel ontdooien en dat zij ook kunnen genieten en lekker mee kunnen doen met de lessen.

5 Welk thema is jouw favoriet?

Eigenlijk vind ik het thema lente heel leuk, het ene jaar doen we de lentebloemen en het andere jaar de jonge dieren. Het spreekt zo tot de verbeelding van de kinderen en daardoor kunnen we er heel diep op ingaan.

We zijn nu bezig met het thema verkeer en in de warming-up zet ik dan twee stoplichten neer in de zaal. We zijn bezig met voetgangers en bestuurders, dus de bestuurder kregen een stuur in de hand. Beurtelings mochten de bestuurders dan rijden en kregen de voetgangers rood licht. Halverwege het liedje gingen de stoplichten kapot en dan ontstaan er natuurlijk ‘ongelukken’. Gelukkig hebben we de hulpdiensten, dus hebben we de ambulance gebeld. De ambulancebroeders keken of onze lichaamsdelen het nog wel allemaal deden, dus dan zijn we bezig met hoe de lichaamsdelen heten, waar ze zitten en hoe we die kunnen bewegen.

Verder is het thema kleding ook ontzettend leuk. In de warming-up dansen we dan alsof we op het schoolplein aan het spelen zijn. Daarna zijn onze kleren helemaal vies geworden, dus al draaiend met onze voeten gingen onze sokken in de wasmachine. Via de benen ging de broek in de wasmachine en met de romp en de armen gingen onze truien in de wasmachine. In de woordenschatoefeningen hebben we toen op ‘Wasmasjien’ van Trafassie de wasmachine laten draaien en zo komen dan al die mooie woorden gekoppeld aan echte kledingstukken voorbij. De broek, de rok, de sok, de trui, het T-shirt. En daarna gingen alle kledingstukken aan de waslijn. Doordat de kinderen benoemen welk kledingstuk ze ophangen komen de woorden nog een keer voorbij. Voor groep 2 maak ik het uitdagender door ze eerst de bovenkleding op te laten hangen en daarna de onderkleding. Dit doen we met echte kleding, zodat ze ook zien dat een blouse een kraagje heeft en knoopjes en een T-shirt niet.

We maken ook altijd leuke liedjes, versjes en een dans in alle thema’s, kinderen zingen of rappen dan zo makkelijk mee. Zelfs de kinderen die Nederlands als tweede taal hebben of die in de groep nog niet zo makkelijk praten.


Klik op de foto voor info en tickets voor de volgende Taal- en Rekendans opleiding.

Waar kunnen scholen, voorscholen en kinderopvangcentra jou vinden?
Tien jaar geleden richtte ik Studio 546 op, we zijn uitgegroeid tot een beweegstudio met een team van ruim vijftien professionals waarmee we dagelijks activiteiten aanbieden in gemeente Tubbergen en ver daarbuiten. Zelf verzorg ik met mijn collega Marleen de Taal- en Rekendans lessen in de provincie Overijssel en met name in de stad Almelo. De vraag naar Taal- en Rekendanslessen is hier erg groot, dus ik kijk nu al uit naar een derde collega!

www.studio546.nl