Bewegen voor kansengelijkheid?

Kansenongelijkheid is een veel besproken onderwerp in het onderwijs en de kinderopvang. Waar je wieg staat bepaalt een heleboel in het leven van een kind. Hoe gaan we hier als maatschappij mee om? Onlangs keek ik een oud Max Minicollege terug van Erik Scherder en hij heeft me aan het denken gezet. Dat doet hij altijd al, maar deze uitzending was extra speciaal. Middels hersenscans liet hij zien dat alle kinderen baat hebben bij bewegen tussendoor op school. En ook voor welke kinderen dit eigenlijk een levensbehoefte is.

Scherder behandelt interessante onderwerpen zoals gamen, buitenspelen, het empathisch vermogen en impulscontrole. Op 10:47 geeft hij ons een inkijkje in een studie van Drolette (2004). Tijdens dit onderzoek is de EEG techniek gebruikt. Kinderen hebben met van die kapjes met elektrodes erop een blik gegeven in hun brein: in rust en na een beweegtussendoortje. In dit geval was dat 25 minuten fietsen. De kinderen die het makkelijker hebben op school, laten in rust al meer hersenactiviteit zien dan de kinderen die minder makkelijk meekomen op school. Na het fietsen bleek dat de kinderen die lekker meekomen op school er qua hersenactiviteit niet heel veel op vooruit gingen. Echter, de kinderen die niet zo makkelijk meekomen op school, hadden ineens significant meer hersenactiviteit en kwamen hiermee zelf in de buurt van de andere kinderen!

Het is machtig mooi om te zien, die breinen op het scherm. Ook een prachtige boodschap: de kinderen die niet zo makkelijk meekomen op school die behalen enorme winst met bewegen tussen de lessen door. De kinderen die makkelijker meekomen behalen een kleine winst. Dit zette mij aan het denken. Zou het bewegen tussendoor dan helpend zijn om de kansengelijkheid te vergroten?

Kijk hier de hele masterclass terug, met ook het fragment over de hersenscans en het bewegen tussendoor op 10:47